
Sulawesi profiel
Sulawesi White Glove garnaal
Caridina spinata
De Sulawesi White Glove garnaal op deze pagina is Caridina spinata, een gevoelige rotsbewonende Sulawesi-garnaal uit Lake Towuti. In de hobby wordt deze soort vaker verkocht als Yellow Cheek, Yellow Nose, Yellow Stripe of Goldflake; controleer daarom altijd de wetenschappelijke naam en het uiterlijk bij aankoop. Dit is geen beginnerssoort en zelfs geen logische eerste Sulawesi-garnaal. Succes draait om een lange ingerijpte rotsbak met warm alkalisch water, zeer stabiele mineralen en vooral genoeg levende biofilm.
Snel oordeel
Geschikt voor: Alleen voor specialisten met Sulawesi-ervaring, niet als eerste Sulawesi-garnaal. Let vooral op: warm en alkalisch houden.
Snelle verzorgingskaart
Gebruik deze kaart als startpunt. Controleer bij gevoelige soorten altijd of jouw aquarium al stabiel genoeg draait.
27 - 30 °C
7.8 - 8.5
5 - 8 °dH
3 - 5 °dH
90 - 180 ppm
Vanaf 60 liter
Expert
Zeer gevoelige Sulawesi-rotsbewoner die langzaam graast op biofilm en snel wegkruipt bij onrust
Rijpe biofilm, algenfilm, diatomeeen, micro-organismen en zeer fijn Sulawesi- of spirulinapoeder
Kweekt in zoetwater met directe ontwikkeling, maar alleen in een oude, stabiele en biofilmrijke Sulawesi-bak
Alleen voor specialisten met Sulawesi-ervaring, niet als eerste Sulawesi-garnaal
Let op
Let op: Caridina spinata is moeilijker dan de meeste bekende dwerggarnalen en wordt door praktijkbronnen zelfs binnen Sulawesi als lastig beschreven. Zet deze garnaal niet in een jonge bak, niet op actief soil, niet in zacht zuur Bee-water, niet in een CO2-plantenbak en niet in een gezelschapsaquarium. De grootste risico's zijn te weinig biofilm, schommelende temperatuur of mineralen, een te schone bak, wildvangstress, grote waterwissels en het verwarren van handelsnamen. Als je nog geen stabiele Sulawesi-bak hebt gehad, begin liever niet met deze soort.
Verzorging in praktijk
Dit zijn de punten waarop houders in de praktijk het vaakst verschil maken tussen overleven en een stabiele kolonie.
Gebruik als veilige praktijkrange 27-30 graden Celsius, pH 7.8-8.5, GH 5-8, KH 3-5 en TDS ongeveer 90-180 ppm. The Shrimp Farm adviseert voor Sulawesi-garnalen 82-86 F, pH 7.8-8.5, GH 6-8 en KH 3-5, met nadruk op stabiliteit. Practical Fishkeeping noemt voor Sulawesi-meren water boven 27 graden Celsius, pH rond 8.5, GH 4-8 en KH 3-5. TDS is bij deze soort een hulpmiddel, geen doel op zichzelf: verschillende mineralenmixen en meters geven verschillende getallen. Meng RO/DI-water vooraf met een Sulawesi-mineraalzout, test vers water iedere keer en vul verdamping alleen aan met puur RO/DI-water.
Richt de bak in als Lake Towuti-achtige rotsbak, niet als plantenbak. Kies minimaal 60 liter voor stabiliteit en biofilmoppervlak. Gebruik inert zand of fijn grind, veel lavasteen of poreuze steen, spleten en donkere tussenruimtes. Vermijd actief pH-verlagend substraat, veel hout, turf, CO2 en grote hoeveelheden organisch afval. Filtratie mag rustig zijn, maar het water moet door de hoge temperatuur goed zuurstofrijk blijven. Een sponsfilter of mattenfilter met lichte oppervlaktebeweging werkt vaak beter dan harde stroming. Laat de bak na de stikstofcyclus nog maanden rijpen zodat stenen zichtbaar begroeid raken met algenfilm, diatomeeen en biofilm.
Caridina spinata is een gespecialiseerde grazer. In de natuur leeft de soort op harde rotsoppervlakken in voedselarme meren, waar biofilm, diatomeeen, micro-organismen en fijne organische deeltjes belangrijk zijn. Laat daarom niet alle alg- en biofilmlaag van stenen verdwijnen. Vul spaarzaam aan met spirulina, chlorella, microorganisme-voer, fijn baby shrimp food of speciaal Sulawesi-poedervoer. Grote pellets en rijk eiwitrijk voer zijn ongeschikt als basis. Niet opgegeten voer moet snel weg, want bacteriele belasting, zuurstofverbruik en nitraat zijn gevaarlijk in warme Sulawesi-bakken.
Deze soort is vreedzaam, klein en schuw. Von Rintelen en Cai beschrijven Caridina spinata als rotsbewoner: juvenielen worden in ondieper water gevonden, volwassen dieren vooral tussen boulders en spleten, en verstoorde dieren vluchten zijwaarts of omlaag tussen de rotsen. In het aquarium zie je ze vooral goed als de groep groot genoeg is, de bak rustig staat en er veel schuilruimte is. Start liever met een groep van minimaal 10 tot 15 sterke nakweekdieren, maar pas nadat de bak aantoonbaar stabiel en biofilmrijk is.
Een soortbak is de veiligste keuze. Vissen zijn af te raden, ook kleine rustige soorten, omdat ze stress geven, voerconcurrentie veroorzaken of jongen pakken. Neocaridina, Crystal Red, Taiwan Bee en Tiger-garnalen passen niet bij deze temperatuur, pH en mineralen. Tylomelania-slakken kunnen in een ruime, stabiele Sulawesi-bak soms goed passen, maar ze verhogen de belasting en grazen ook op biofilm. Andere Sulawesi-garnalen combineren is alleen voor ervaren houders die bewust kiezen voor meer risico op concurrentie, voedingsdruk en verwarring bij nakweek.
Caridina spinata kweekt volledig in zoetwater. Er is geen brakwaterfase nodig. De systematische revisie van von Rintelen en Cai vermeldt dragende vrouwtjes met ongeveer 17-31 relatief grote eieren, wat past bij directe ontwikkeling. In aquaria is kweek lastig omdat jonge dieren afhankelijk zijn van stabiele waterwaarden, fijne biofilm en rustige oppervlakken om te grazen. Verplaats dragende vrouwtjes niet, ververs klein en druppelsgewijs, en voer niet extra zwaar zodra je jongen ziet. Meer voer lost biofilmtekort niet op en kan juist een crash veroorzaken.
Veelgemaakte fouten zijn deze garnaal kopen op handelsnaam zonder de wetenschappelijke naam te controleren, hem behandelen als Crystal Red of Taiwan Bee, actief soil gebruiken, pH en KH laten dalen, een jonge bak gebruiken, alle algen schoonmaken, te weinig rotsoppervlak aanbieden, zonder betrouwbare heater werken, grote waterwissels doen, mineralen toevoegen aan verdampingswater, te veel poedervoer geven, vissen toevoegen, wildvang kopen zonder quarantaine of acclimatie, te weinig dieren starten en aannemen dat elke Sulawesi-garnaal dezelfde moeilijkheid heeft.
Achtergrond en herkenning
Extra context helpt om de soort beter te herkennen, te vergelijken en veilig te houden.
Caridina spinata is beschreven door Woltereck in 1937 en is endemisch voor Lake Towuti op Sulawesi, Indonesie. Von Rintelen en Cai beschrijven de soort als hard-substrate dweller die op rotsen leeft; volwassen dieren zitten vooral tussen grotere stenen en spleten. Sulawesi Keepers vermeldt Caridina spinata als Lake Towuti-endemiet onder namen zoals Yellow Nose en Yellow Stripe. De IUCN Red List beoordeelde de soort in 2019 als Critically Endangered, met bedreigingen zoals overoogst, vervuiling door nikkelwinning, eutrofiering en invasieve Flowerhorn-cichliden. Kies daarom bij voorkeur aantoonbare nakweek en koop geen wildvang als dat niet nodig is.
Caridina spinata is geen neutraal witte garnaal. De wetenschappelijke beschrijving van levende dieren noemt een karmijnrood tot dieprood lichaam met gele of oranje dwarsstrepen, stippen en opvallend gekleurde scharen of staartdelen. In de hobby verklaart dat namen zoals Yellow Cheek, Yellow Nose, Yellow Stripe en Goldflake. De bestaande Nederlandse handelsnaam White Glove kan verwarring geven met andere Sulawesi-garnalen, vooral met soorten waarbij witte voorpoten of witte sokken opvallend zijn. Gebruik daarom het uiterlijk en de wetenschappelijke naam samen, niet alleen de winkelnaam.
Verwar Caridina spinata niet met de Sulawesi Cardinal garnaal, Caridina dennerli. Cardinal garnalen komen uit Lake Matano, hebben meestal een rood lichaam met witte stippen en duidelijke witte voorpoten, en worden vaker als White Sock of vergelijkbaar omschreven. Caridina spinata komt uit Lake Towuti en staat bekend om rood met geel-oranje accenten. Vergeleken met Neocaridina en Bee-garnalen vraagt deze soort warmer, alkalischer en veel stabieler water. Vergeleken met Cardinal garnalen wordt Caridina spinata in praktijkbronnen vaak als nog minder vergevingsgezind gezien.
Volledig soortprofiel
De Sulawesi White Glove garnaal op deze pagina is Caridina spinata, een gevoelige rotsbewonende Sulawesi-garnaal uit Lake Towuti. In de hobby wordt deze soort vaker verkocht als Yellow Cheek, Yellow Nose, Yellow Stripe of Goldflake; controleer daarom altijd de wetenschappelijke naam en het uiterlijk bij aankoop.
Dit is geen beginnerssoort en zelfs geen logische eerste Sulawesi-garnaal. Succes draait om een lange ingerijpte rotsbak met warm alkalisch water, zeer stabiele mineralen en vooral genoeg levende biofilm.
Voor wie is de Sulawesi White Glove garnaal geschikt?
Deze soort past alleen bij specialisten die al begrijpen hoe een Sulawesi-bak werkt. Je moet water vooraf kunnen mengen, kleine waterwissels uitvoeren, biofilm bewust laten groeien en accepteren dat een te schone of te jonge bak gevaarlijk is. Voor beginners, gezelschapsaquaria en standaard Caridina-setups is deze soort ongeschikt.
Belangrijkste waarschuwing
Caridina spinata is moeilijker dan de meeste bekende dwerggarnalen en wordt door praktijkbronnen zelfs binnen Sulawesi als lastig beschreven. Zet deze garnaal niet in een jonge bak, niet op actief soil, niet in zacht zuur Bee-water, niet in een CO2-plantenbak en niet in een gezelschapsaquarium.
De grootste risico's zijn te weinig biofilm, schommelende temperatuur of mineralen, een te schone bak, wildvangstress, grote waterwissels en het verwarren van handelsnamen. Als je nog geen stabiele Sulawesi-bak hebt gehad, begin liever niet met deze soort.
Waterwaarden en stabiliteit
Gebruik als veilige praktijkrange 27-30 graden Celsius, pH 7.8-8.5, GH 5-8, KH 3-5 en TDS ongeveer 90-180 ppm. The Shrimp Farm adviseert voor Sulawesi-garnalen 82-86 F, pH 7.8-8.5, GH 6-8 en KH 3-5, met nadruk op stabiliteit. Practical Fishkeeping noemt voor Sulawesi-meren water boven 27 graden Celsius, pH rond 8.5, GH 4-8 en KH 3-5.
TDS is bij deze soort een hulpmiddel, geen doel op zichzelf. Verschillende mineralenmixen en meters geven verschillende getallen. Meng RO/DI-water vooraf met een Sulawesi-mineraalzout, test vers water iedere keer en vul verdamping alleen aan met puur RO/DI-water. Zo voorkom je dat mineralen ongemerkt oplopen.
Aquarium inrichting
Richt de bak in als Lake Towuti-achtige rotsbak, niet als plantenbak. Kies minimaal 60 liter voor stabiliteit en biofilmoppervlak. Gebruik inert zand of fijn grind, veel lavasteen of poreuze steen, spleten en donkere tussenruimtes.
Vermijd actief pH-verlagend substraat, veel hout, turf, CO2 en grote hoeveelheden organisch afval. Filtratie mag rustig zijn, maar het water moet door de hoge temperatuur goed zuurstofrijk blijven. Een sponsfilter of mattenfilter met lichte oppervlaktebeweging werkt vaak beter dan harde stroming. Laat de bak na de stikstofcyclus nog maanden rijpen zodat stenen zichtbaar begroeid raken met algenfilm, diatomeeen en biofilm.
Voeding
Caridina spinata is een gespecialiseerde grazer. In de natuur leeft de soort op harde rotsoppervlakken in voedselarme meren, waar biofilm, diatomeeen, micro-organismen en fijne organische deeltjes belangrijk zijn. Laat daarom niet alle alg- en biofilmlaag van stenen verdwijnen.
Vul spaarzaam aan met spirulina, chlorella, microorganisme-voer, fijn baby shrimp food of speciaal Sulawesi-poedervoer. Grote pellets en rijk eiwitrijk voer zijn ongeschikt als basis. Niet opgegeten voer moet snel weg, want bacteriele belasting, zuurstofverbruik en nitraat zijn gevaarlijk in warme Sulawesi-bakken.
Gedrag en groepsgrootte
Deze soort is vreedzaam, klein en schuw. Von Rintelen en Cai beschrijven Caridina spinata als rotsbewoner: juvenielen worden in ondieper water gevonden, volwassen dieren vooral tussen boulders en spleten, en verstoorde dieren vluchten zijwaarts of omlaag tussen de rotsen.
In het aquarium zie je ze vooral goed als de groep groot genoeg is, de bak rustig staat en er veel schuilruimte is. Start liever met een groep van minimaal 10 tot 15 sterke nakweekdieren, maar pas nadat de bak aantoonbaar stabiel en biofilmrijk is.
Combineren met andere dieren
Een soortbak is de veiligste keuze. Vissen zijn af te raden, ook kleine rustige soorten, omdat ze stress geven, voerconcurrentie veroorzaken of jongen pakken. Neocaridina, Crystal Red, Taiwan Bee en Tiger-garnalen passen niet bij deze temperatuur, pH en mineralen.
Tylomelania-slakken kunnen in een ruime, stabiele Sulawesi-bak soms goed passen, maar ze verhogen de belasting en grazen ook op biofilm. Andere Sulawesi-garnalen combineren is alleen voor ervaren houders die bewust kiezen voor meer risico op concurrentie, voedingsdruk en verwarring bij nakweek.
Kweek en jongen
Caridina spinata kweekt volledig in zoetwater. Er is geen brakwaterfase nodig. De systematische revisie van von Rintelen en Cai vermeldt dragende vrouwtjes met ongeveer 17-31 relatief grote eieren, wat past bij directe ontwikkeling.
In aquaria is kweek lastig omdat jonge dieren afhankelijk zijn van stabiele waterwaarden, fijne biofilm en rustige oppervlakken om te grazen. Verplaats dragende vrouwtjes niet, ververs klein en druppelsgewijs, en voer niet extra zwaar zodra je jongen ziet. Meer voer lost biofilmtekort niet op en kan juist een crash veroorzaken.
Herkomst en natuurlijke leefomgeving
Caridina spinata is beschreven door Woltereck in 1937 en is endemisch voor Lake Towuti op Sulawesi, Indonesie. Von Rintelen en Cai beschrijven de soort als hard-substrate dweller die op rotsen leeft; volwassen dieren zitten vooral tussen grotere stenen en spleten.
Sulawesi Keepers vermeldt Caridina spinata als Lake Towuti-endemiet onder namen zoals Yellow Nose en Yellow Stripe. De IUCN Red List beoordeelde de soort in 2019 als Critically Endangered, met bedreigingen zoals overoogst, vervuiling door nikkelwinning, eutrofiering en invasieve Flowerhorn-cichliden. Kies daarom bij voorkeur aantoonbare nakweek en koop geen wildvang als dat niet nodig is.
Uiterlijk en herkenning
Caridina spinata is geen neutraal witte garnaal. De wetenschappelijke beschrijving van levende dieren noemt een karmijnrood tot dieprood lichaam met gele of oranje dwarsstrepen, stippen en opvallend gekleurde scharen of staartdelen. In de hobby verklaart dat namen zoals Yellow Cheek, Yellow Nose, Yellow Stripe en Goldflake.
De bestaande Nederlandse handelsnaam White Glove kan verwarring geven met andere Sulawesi-garnalen, vooral met soorten waarbij witte voorpoten of witte sokken opvallend zijn. Gebruik daarom het uiterlijk en de wetenschappelijke naam samen, niet alleen de winkelnaam.
Verschil met vergelijkbare garnalen
Verwar Caridina spinata niet met de Sulawesi Cardinal garnaal, Caridina dennerli. Cardinal garnalen komen uit Lake Matano, hebben meestal een rood lichaam met witte stippen en duidelijke witte voorpoten, en worden vaker als White Sock of vergelijkbaar omschreven. Caridina spinata komt uit Lake Towuti en staat bekend om rood met geel-oranje accenten.
Vergeleken met Neocaridina en Bee-garnalen vraagt deze soort warmer, alkalischer en veel stabieler water. Vergeleken met Cardinal garnalen wordt Caridina spinata in praktijkbronnen vaak als nog minder vergevingsgezind gezien.
Veelgemaakte fouten
- Kopen op handelsnaam zonder de wetenschappelijke naam te controleren.
- De soort behandelen als Crystal Red of Taiwan Bee.
- Actief soil gebruiken waardoor pH en KH dalen.
- Een jonge bak gebruiken zonder rijpe biofilm.
- Alle algen en biofilm schoonmaken.
- Te weinig rotsoppervlak en spleten aanbieden.
- Zonder betrouwbare heater werken.
- Grote waterwissels doen.
- Mineralen toevoegen aan verdampingswater.
- Te veel poedervoer geven.
- Vissen toevoegen.
- Wildvang kopen zonder quarantaine of zorgvuldige acclimatie.
- Aannemen dat elke Sulawesi-garnaal dezelfde moeilijkheid heeft.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op vragen die hobbyisten vaak stellen over de Sulawesi White Glove garnaal.
Bronnen en controle
Laatst inhoudelijk gecontroleerd: 12 juni 2026. In de hobby worden verschillende waarden gebruikt; kies stabiliteit boven het najagen van exacte getallen.
- WoRMS Photogallery: Caridina spinata
WoRMS-vermelding met Caridina spinata Woltereck, 1937 en koppeling aan de taxonomische controle.
- Raffles Bulletin of Zoology: Systematic revision of Sulawesi Caridina
Systematische revisie door von Rintelen en Cai met taxonomie, Lake Towuti-herkomst, hard-substrate habitat, kleurpatroon en eigegevens van Caridina spinata.
- IUCN Red List 2019: Caridina spinata
Conservatiebron met status Critically Endangered, endemische verspreiding in Lake Towuti en bedreigingen.
- The Shrimp Farm: Sulawesi shrimp care guide
Praktijkbron voor Sulawesi-waarden: 82-86 F, pH 7.8-8.5, GH 6-8, KH 3-5, remineralized RO-water, lage nutrieten en stabiliteit.
- Practical Fishkeeping: The jewels of Sulawesi
Praktijkartikel over Sulawesi-meren met temperaturen boven 27 graden Celsius, alkalisch water, GH 4-8, KH 3-5, rijpe algenfilm en lange rijping.
- The Shrimp Farm: Types of Sulawesi shrimp
Bespreekt Lake Towuti-soorten en waarschuwt dat Caridina spinata, Goldflake, zelfs voor Sulawesi-garnalen moeilijk is door instabiliteit en biofilmtekort.
- The Shrimp Farm: Sulawesi shrimp care guide
Praktische bron voor inrichting, RO-water, rijping, biofilm, rustige stroming, tankgenoten, voeren, acclimatie en probleemdiagnose.
- The Shrimp Farm: Types of Sulawesi shrimp
Specifieke hobbycontext voor Caridina spinata als Goldflake shrimp uit Lake Towuti, met nadruk op rotsgrazen en expertmoeilijkheid.
- Practical Fishkeeping: The jewels of Sulawesi
Ervaringsbron over Sulawesi-huisvesting, transportgevoeligheid, volwassen biofilm, inert substraat, 60 liter setups, druppelsgewijze waterwissels en Caridina spinata als moeilijke soort.
- Sulawesi Keepers: 14 Critically Endangered species of Sulawesi shrimps
Conservatiebron die Caridina spinata als Lake Towuti-endemiet noemt onder namen zoals Yellow Nose en Yellow Stripe.
- IUCN Red List 2019: Caridina spinata
Bron voor Critically Endangered-status en bedreigingen zoals overoogst, mijnbouwvervuiling, eutrofiering en invasieve Flowerhorn-cichliden.