
Met hoeveel garnalen begin je een kolonie?
Gepubliceerd door
- Bijgewerkt
- Leestijd
- 2 min lezen
Voor een eerste Neocaridina-kolonie is 10 tot 20 gezonde dieren een bruikbaar groepsadvies, mits de bak rijp is en bij de dieren past. LICG noemt deze startgroep en geeft de voorkeur aan minstens 30 liter voor stabielere omstandigheden. Dit is geen rekensom waarmee iedere bak automatisch een bepaald aantal garnalen aankan.
Beoordeel eerst de bak
- Het filter verwerkt de bestaande belasting en ammoniak en nitriet blijven niet aantoonbaar. Eén nulmeting in pas gevuld water bewijst dat niet.
- Er zijn gevestigde graasoppervlakken, planten en schuilplaatsen.
- De inlaat is beschermd tegen kleine garnalen.
- Je kunt water verversen met water dat qua samenstelling bij de dieren past.
- Eventuele vissen zijn beoordeeld op predatie en voedselconcurrentie. Meer garnalen kopen lost die risico’s niet op.
Waarom een groep praktischer is dan twee dieren
Een heel kleine aankoop kan slechts één geslacht bevatten of uit nog onvolwassen dieren bestaan. Ook is zo’n groep tussen planten lastig te volgen. Een grotere startgroep geeft meer kans op beide geslachten, maar garandeert geen voortplanting. Twintig dieren uit één familie leveren niet automatisch meer genetische variatie op. Vraag de verkoper naar leeftijd, geslacht, herkomst en gehouden waterwaarden.
Een bak van ongeveer 20 liter heeft minder marge voor verdamping, temperatuur- en voerfouten. Beschouw tien dieren daarin niet als een gegarandeerd veilige bezetting. Wie nog een bak kiest, kan beter meer watervolume en graasoppervlak plannen. Ook in een grotere bak hoef je niet meteen veel meer dan de beoogde startgroep te kopen.
Laat de eerste groep eerst landen
Noteer het aantal bij introductie en volg grazen, voeropname, metingen en eventuele uitval. Verborgen dieren zijn geen reden om meteen bij te kopen. Voer niet meer omdat de bak leeg lijkt. Bij herhaalde verliezen onderzoek je de oorzaak voordat je de groep aanvult.
Neocaridina-jongen komen als kleine garnalen uit het ei. De groei van een kolonie hangt vervolgens af van omstandigheden en overleving; een vaste vermenigvuldiging van eieren is geen prognose. Bij een groeiende kolonie plan je passende huisvesting of herplaatsing en laat je dieren nooit vrij in de natuur.
Dit startadvies geldt niet automatisch voor grotere Amano- en waaierhandgarnalen of specialistische Bee- en Sulawesi-opstellingen. Kies eerst de soort en het geschikte systeem. Gebruik de vergelijking voor beginners voordat je een aantal bestelt.
Bronnen en afbakening
LICG geeft algemene huisvestings- en groepsadviezen. De keuzes voor een startgroep zijn praktische planning, geen experimenteel gemeten maximale bezetting. De biologische uitleg geldt hier voor Neocaridina davidi.

